Basisvorming

Na de basisschool gaan kinderen naar het voortgezet onderwijs. Ze zijn dan 12 jaar of ouder. Het voortgezet onderwijs bereidt scholieren voor op hun toekomstige plaats in de maatschappij. Er zijn drie soorten voortgezet onderwijs:

  • vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs) duurt vier jaar
  • havo (hoger algemeen voortgezet onderwijs) duurt vijf jaar
  • vwo (voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) duurt zes jaar.

De lesstof in de onderbouw (de eerste twee leerjaren) is voor alle leerlingen grotendeels gelijk.

Het vmbo duurt vier schooljaren en kent vier leerwegen:

  1. Theoretische leerweg
  2. Gemengde leerweg
  3. Kaderberoepsgerichte leerweg
  4. Basisberoepsgerichte leerweg

Elke leerweg biedt andere doorstroommogelijkheden in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De eerste drie leerwegen sluiten aan op niveau 3 en 4 in het mbo. De basisberoepsgerichte leerweg geeft toegang tot niveau 2 in het mbo. De theoretische leerweg sluit ook aan op de havo.

Behalve leerwegen kent het vmbo vier sectoren met vaste vakkenpakketten:

  • Techniek
  • Zorg en welzijn
  • Economie
  • Landbouw

Leerlingen kiezen meestal aan het einde van het tweede leerjaar voor een sector. Binnen de vier sectoren zijn er in totaal veertien afdelingen die elk een specialisatie bieden. Bijvoorbeeld bouwtechniek of uiterlijke verzorging

Havo- en vwo-leerlingen kunnen kiezen uit vier profielen:

  1. Natuur en techniek
  2. Natuur en gezondheid
  3. Economie en maatschappij
  4. Cultuur en maatschappij

Een profiel is een samenhangend onderwijsprogramma dat voorbereidt op het hoger onderwijs. Elk profiel heeft een zelfde gemeenschappelijk deel. Daarnaast is er een profieldeel met vakken die aansluiten op het gekozen profiel. Tenslotte is er een vrije ruimte. Daarin kunnen leerlingen bijvoorbeeld vakken volgen uit een ander profieldeel. Dat vergroot hun mogelijkheden om door te stromen naar het hoger onderwijs.

Vaak wordt er in de havo en het vwo gekozen voor een ‘studiehuis-aanpak’. Daarbij coachen en begeleiden de docenten leerlingen bij hun leerproces. Dit stimuleert leerlingen om zelfstandig te werken en verantwoordelijkheid te dragen voor hun studie.

Het tempo van de lessen ligt bij HAVO en VWO/Gymnasium hoger dan bij het VMBO.